|
Voor het aansteken van een sigaar Bewaringscondities De eerste stap is het kiezen van een sigaar uit ofwel de persoonlijke reserve of uit een gespecialiseerde zaak. De aficionado kiest voor zijn lievelingsformaat uit de merken die hij het meest apprecieert. Om aan de eisen van de kenner te voldoen, zal de sigaar daarom aan de nodige bewaringscondities moeten beantwoorden. Een optimale bewaring houdt een specifieke temperatuur en vochtigheidsgraad in. De temperatuur moet tussen de 15 en 25°C liggen, de vochtigheidsgraad tussen de 60 en 70%. Het optimale vochtigheidspercentage om een sigaar te roken bedraagt 12 tot 14%. Deze waarde kan bereikt worden nadat de sigaar een tijdje geacclimatiseerd is in de humidor. In deze ruimte is de temperatuur en de vochtigheidsgraad aangepast in functie van de smaak van de roker en de specificaties van de sigaar.
Maar pas op, want de aroma's van de sigaren zijn erg gevoelig voor geuren en andere externe agressies. De rijke aroma's van het dekblad kunnen verknoeid worden en zelfs compleet verloren gaan als men de sigaren niet juist bewaart. Ze moeten dus niet alleen in een ruimte met een gepaste vochtigheidsgraad en op de juiste temperatuur opgeborgen worden, maar eveneens in een neutrale omgeving die de subtiele aroma's niet verstoort. Cederhout geeft een parfum af dat een interessante synergie ontwikkelt met het boeket geuren van de sigaar. Daar waar er een fysiek contact met de sigaren is, is het cederhout het meest gebruikte hout. Ceder vindt men overal terug: van schappen waarop men de sigaren bewaart, of escarapates van de fabrieken, over commerciële of private luchtbevochtigers, tot de beste individuele doosjes. Cederhout heeft als voordeel, zoals vele andere houtsoorten, dat het poreus is en daardoor een gedeelte van de luchtvochtigheid absorbeert. Buiten een vochtige omgeving, behoudt dit hout een zekere vochtigheid. Het water dat in de poriën van het hout is opgeslagen, komt na verloop van tijd terug vrij, zodat de condities die nodig zijn om sigaren te bewaren, behouden blijven. De keuze van een model De roker moet altijd een sigaar kiezen die beantwoord aan de goesting van dat bepaalde moment. Hij moet zich laten verleiden door de charme van de sigaar en niet door een model dat, in bepaalde omstandigheden, als standaard is opgelegd door de maatschappij. Het is het instinct en het verlangen dat de roker moet drijven. Buiten het verschil in grootte, diameter en vorm, zijn er een aantal verschillen tussen het roken van een dikke sigaar en een kleine.
De visuele analyse Het eerste zintuig dat de roker gebruikt wanneer hij in aanraking komt met een sigaar, is het zicht. De
visuele analyse is inderdaad het vertrekpunt om over de kwaliteit van
een sigaar te oordelen. De capa moet een uniforme glanzende kleur hebben, geen scheuren, geen gaten en geen vlekken. De nerven moeten zo weinig mogelijk uitgesproken zijn. Door een visuele beoordeling van de poreusheid aan de onderkant van het omgoed, kan de roker de compactheid van de sigaar inschatten. Deze parameter kan men ook door een tastanalyse bekomen, maar de kwaliteit van de trek tijdens de verbranding zal uiteindelijk de bevestiging geven. Een zorgvuldig visueel onderzoek van de sigaar laat toe om schade op te sporen die veroorzaakt is door de Lasioderma sericorne. De larven van de kever slaan toe op de bladeren van de tabaksplant of op de sigaar zelf en kunnen verscheidene perforaties veroorzaken.
De tastanalyse
Op
een fijnzinnige manier betast hij het dekblad om tegelijkertijd de fysieke
kwaliteit en de graad van vochtigheid te beoordelen. Een zijdeachtig contact
tussen de huid en het dekblad betekent een interessante verscheidenheid
van de aroma's. Maar de tastanalyse laat vooral toe om de compactheid
en de homogene dichtheid van een torcido te bepalen. Een sigaar met een
homogene dichtheid, niet te los, niet te compact, heeft een goede kwalitatieve
trek.
Men moet echter opmerken dat wanneer de bevochtiging van de sigaar te snel gebeurt, het dekblad vochtig kan zijn maar het binnengoed nog droog. De sigaar moet dus de tijd hebben om helemaal vochtig te geraken en dit in de juiste bewaarplaats. De auditieve analyse laat toe een te sterk of een te zwak gekraak van de sigaar op te sporen.
De reukanalyse De
roker kan de geur van de sigaar opsnuiven door hem onder zijn neus te
houden terwijl hij de torcido draait en het geheel van aroma's opvangt.
Eens de sigaar opgestoken is, kan hij zich eindelijk een precies beeld
vormen van de smaak van de sigaar. Toch heeft deze beoordeling een beperking
omdat het dekblad amper 5% van het volume van de sigaar vertegenwoordigt.
Het is dus duidelijk dat de smaak grotendeels bepaald wordt door het binnengoed.
Het is vooral het dekblad dat de aroma's vrijgeeft voor dat de verbranding
plaatsvindt.
Een reukanalyse laat toe een gebrek aan aroma op te sporen, een stoffige geur of een teveel aan ammoniak. |