Het proeven De smaakanalyse Eenmaal de sigaar aangestoken, is het tijd om de smaak op te snuiven.
De
opgenomen smaken zijn verschillend en evolueren naargelang de sigaar opbrandt.
De verbranding verloopt in het algemeen volgens drie grote "momenten".
Deze momenten corresponderen met de drie delen waarin de sigaar wordt
ingedeeld, zij verwijzen naar het hooi, het geestelijke en de mest. Deze drie fases worden geassocieerd met een aantal aroma's en smaken. In het begin van de verbranding neemt de roker plantaardige smaken en smaken uit het bos waar. De smaakpapillen laten zich verleiden door gevoelens en indrukken die gaan van herfstimpressies uit het bos, over wilde gevoelens, tot vochtigheid en dauw. De smaken worden complexer en zachter wanneer de body van de sigaar aan de beurt is. Soms neigen zij naar het gesuikerde, maar vaak naar een bouquet van stal en leer. Tijdens het laatste stuk, de sigaar heeft dan al goede diensten geleverd, evolueren de smaken naar empyreumatische sensaties, en een bittere en geroosterde smaak. Dit gedeelte is vaak pikanter en krachtiger dan de eerste twee delen. In deze laatste fase beslissen veel rokers hun sigaar uit te doen. Een smaak analyse van de sigaar laat toe een slechte smaak op te sporen, of een te sterke, een te pikante of een te bittere smaak. De analyse van de verbranding Het
observeren van het fysiek gedrag van de sigaar tijdens de verbranding
is een belangrijk gedeelte in de beoordeling van een goede sigaar. Dit
wordt heel vaak tot het uiterste vereenvoudigd door een analyse van alleen
de trek. Maar er zijn meerdere elementen die interessant zijn om na te
gaan, zoals het vermogen om de vlam te behouden, het ritme en een gelijke
verbranding, en het karakter van de overgebleven as.
Men kan dus spreken over een sigaar met een goede verbranding als de sigaar gedurende het grootste gedeelte van het roken aan is, als de vuurgloed relatief traag en gelijk over het geheel verdergaat, en als de as wit of licht grijs is en compact. De
belangrijkste problemen die men op basis van een analyse van de verbranding
van een sigaar kan opsporen, zijn een slechte trek, een onregelmatige
verbrandingsring, geen juist verbrandingsritme, het opbranden in een tube
of puntvorm, en slechte as. Het heraansteken Een aantal rokers houdt ervan de uitgedoofde sigaar opnieuw aan te steken. Sommigen laten zelfs vrijwillig hun sigaar een paar keer uitgaan om ze opnieuw te kunnen aansteken. Het is ook mogelijk dat de sigaar met een bepaalde frequentie uitgaat omdat er een fout in de bladeren zit die voor een slechte verbranding zorgt. Als het uitgaan van de sigaar van weinig betekenis is voor het aroma, dan moet men niet panikeren. Het volstaat om de sigaar opnieuw correct en zorgvuldig aan te steken. Heel soms is er een vermindering van de kwaliteit van de smaak. Om
een uitgedoofde sigaar opnieuw aan te steken, is het voldoende om de resterende
as afkomstig van de verbranding af te schudden en terwijl zachtjes op
de sigaar te tikken. De roker draait de sigaar tussen zijn vingers, drukt
er lichtjes op en legt de bladeren bloot precies op dezelfde plaats waar
de verbranding gestopt is. De
sigaar kan opnieuw zorgvuldig worden aangestoken op een homogene manier. |